Dag van de Scheiding

By | Holstege Advocaten | No Comments

Advocatenkantoor Holstege Advocaten en Mediation opent op vrijdag 14 september haar deuren tijdens de ‘Dag van de Scheiding’. Op deze dag kunnen bezoekers vrijblijvend kennismaken met de vFAS advocaat-mediator van dit kantoor en meer informatie krijgen over scheiden.

De ‘Dag van de Scheiding’ is door de Nederlandse Vereniging van Familierecht Advocaten Scheidingsmediators (vFAS) in het leven geroepen. Met de dag wil de vereniging landelijk aandacht vragen voor het belang van deskundige begeleiding bij scheidingen. Jaarlijks gaan in Nederland gemiddeld 35.000 stellen uit elkaar. Uit landelijk onderzoek van de vFAS blijkt dat 42% van hen angst had om te gaan scheiden. Mensen maken zich vooral zorgen over de kinderen en hun financiën. Het uiteindelijke doel van de vFAS is het verbeteren van het proces rondom scheidingen, zodat partners zorgvuldig en respectvol uit elkaar gaan. Ook Holstege Advocaten doet daarom mee aan de Dag van de Scheiding.

Kosteloos advies over scheiden

Tijdens de Dag van de Scheiding opent Holstege Advocaten en Mediation haar deuren voor het publiek. Iedereen kan vrijblijvend informatie verkrijgen over scheiden en mediation en kennismaken met de vFAS advocaat/scheidingsmediator.

Indien u langs wilt komen zouden wij het prettig vinden wanneer u zich aanmeldt. Dit kunt u doen door een mail te sturen naar info@holstegeadvocatuur.nl

Over de vFAS

De bijna duizend advocaten en mediators die lid zijn van de vFAS, zijn gespecialiseerd advocaat en scheidingsmediator. Zij beschikken over actuele juridische kennis op het gebied van onder meer alimentatie, huwelijkse voorwaarden, pensioenverevening en ouderschapsplannen. De aan de vFAS verbonden advocaten/mediators onderscheiden zich door: kennis (o.a. een aanvullende driejarige specialistische vFAS-opleiding), kwaliteit (minimaal vijf jaar ervaring als advocaat) en specialisatie (o.a. jaarlijkse verplichte bijscholing).

Dag van de Scheiding

Holstege Advocaten en Mediation aan de Nassaulaan 1b te Den Haag opent op vrijdag 14 september aanstaande haar deuren. Meer weten over de Dag van de Scheiding? Kijk op www.dagvandescheiding.nl.

Betaalt u niet teveel alimentatie?

By | Advocatuur Nieuws

Per 1 januari 2015 hebben er grote fiscale wijzigingen plaatsgevonden, die grote gevolgen kunnen hebben voor alimentatieplichtige ouders.

Het belastingvoordeel voor betaalde kinderalimentatie is afgeschaft. Ook is het kindgebonden budget sterk toegenomen. Door deze wijzigingen bestaat er in sommige gevallen geen aanleiding meer voor een onderhoudsbijdrage.

Onze gespecialiseerde familierecht advocaten adviseren u graag tegen een vast tarief over de fiscale wijzigingen en de gevolgen daarvan voor uw situatie.

U kunt vrijblijvend contact opnemen met onze advocaten via onze contactgegevens. U kunt natuurlijk ook het contactformulier invullen op onze website.

 

Artsen moeten gezinsvoogd informatie geven

By | Advocatuur Nieuws

Per 1 januari 2015 krijgen gezinsvoogden een wettelijk recht op informatie. Daardoor moeten ook artsen hen desgevraagd de noodzakelijke informatie geven. Zo nodig zonder toestemming van betrokkenen.

De informatie die de arts moet geven, kan betrekking hebben op het kind dat onder toezicht is gesteld, maar ook op zijn of haar ouders of verzorgers. In beide gevallen gaat het alleen om informatie die nodig is voor de uitvoering van de ondertoezichtstelling. Dit wil zeggen dat met die kennis kan worden voorkomen dat het kind in zijn ontwikkeling wordt bedreigd.
De spreekplicht van de arts is vastgelegd in de nieuwe wet Herziening kinderbeschermingsmaatregelen, die in 2012 door de Tweede Kamer is aangenomen, en dit voorjaar ook door de Senaat. Doordat de wet een spreekplicht oplegt aan een arts, is deze niet gebonden aan het beroepsgeheim, stelt de KNMG in een persbericht. Ook heeft de arts het recht om op eigen initiatief contact te zoeken met de gezinsvoogd. Wel doet de arts er goed aan om het kind en diens ouders vooraf, of zo snel mogelijk achteraf, te vertellen welke informatie is gegeven.

Tot nu toe konden arts en gezinsvoogd alleen informatie uitwisselen met uitdrukkelijke en gerichte toestemming van betrokkene of bij een ‘conflict van plichten’. De KNMG-meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld en het model samenwerkingsafspraken informatie-uitwisseling Jeugdzorg-(G)GZ liepen al vooruit op de nieuwe wet.

                                                                                                                bron: “medisch contact”

Nieuwe wetgeving voor duomoeders

By | Advocatuur Nieuws

Sinds 1 april 2014 is het voor vrouwenparen eenvoudiger geworden om beide juridisch ouder te worden van het kind die binnen hun huwelijk of relatie wordt geboren of binnen hun huwelijk of relatie opgroeien.

Gehuwde vrouwenparen/ vrouwenparen met een geregistreerd partnerschap en bevruchting van onbekende zaaddonor

Indien twee vrouwen met elkaar gehuwd zijn of een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan worden beide van rechtswege moeder van een kind dat binnen het huwelijk of geregistreerd partnerschap is geboren. Wel dienen deze vrouwenparen bij de geboorteaangifte een verklaringen te overleggen van de stichting Donorgegevens waarin staat vermeld:

a. dat voor het tot stand komen van de zwangerschap gebruik is gemaakt van Nederlandse kunstmatige donorbevruchting in de zin van artikel 1 onder c sub 1 Wet donorgegevens kunstmatige donorbevruchting;

en

b. dat daarbij gebruik is gemaakt van een anonieme zaaddonor.

Indien voornoemde verklaring kan worden overlegd dan ontstaat het juridische ouderschap van de duomoeder van rechtswege met terugwerkende kracht vanaf de geboorte.

Vrouwenpaar is niet gehuwd of er is gebruik gemaakt van een bekende zaaddonor

Indien de vrouwenparen niet met elkaar gehuwd zijn of indien zij (wel of niet gehuwd zijn) maar besluiten om gebruik te maken van een bekende zaaddonor, dan ontstaat het juridische ouderschap niet van rechtswege. De duomoeder kan in dit geval het kind met toestemming van de geboortemoeder erkennen. Dit geldt ook voor kinderen die voor 1 april 2014 zijn geboren.

Wat als de geboortemoeder geen toestemming geeft voor de erkenning? De duomoeder kan in dit geval vervangende toestemming vragen tot erkenning aan de rechter. Vereiste is dan wel dat zij als levensgezel van de geboortemoeder toestemming heeft gegeven tot de daad die tot de verwekking van het kind heeft geleid. Indien de erkenning in het belang van het kind is zal de rechter de toestemming van de geboortemoeder vervangen.

Roept dit onderwerp vragen bij u op of heeft u te maken met een situatie waarin u tegenwerking ondervindt bij de totstandkoming van uw juridisch ouderschap? Neem dan telefonisch (070-2124391) of via de e-mail (info@holstegeadvocatuur.nl) contact met ons op.

 

 

 

 

Zelfs zonder family life is een omgangsregeling mogelijk

By | Advocatuur Nieuws

Ook al is er geen sprake van family life of is er geen contact geweest tussen de ouder en het kind, dan kan de ouder toch recht hebben op omgang met het kind.

Indien ouders uit elkaar zijn, heeft de ouder waar het kind niet zijn hoofdverblijfplaats heeft recht op contactmomenten met het kind. Voorheen was het noodzakelijk dat deze ouder het kind ook heeft erkend of dat er sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking (family life) tussen de ouder en het kind.

De rechtbank Den Haag heeft echter bepaald dat er toch recht op omgang (contact) kan zijn, als er geen sprake is van family life of als er nooit contact is geweest tussen de ouder en het kind. Er dient dan wel sprake te zijn van intended family life: de ouder heeft van begin af aan contact of omgang gewild met het kind, maar door omstandigheden is dat niet gerealiseerd. Men kan dan denken aan de situatie dat de andere ouder de omgang/ het contact tussen het kind en de ouder tegenhoudt. Voorts dient de vraag te worden beantwoord of het feit dat er geen omgang plaatsvindt met het kind een inbreuk is op het recht tot bescherming van het privé van de ouder. Indien hiervan sprake is zal alvorens de rechtbank een omgangsregeling vaststelt eerst nog wel beoordeeld dienen te worden of een omgangsregeling in het belang van het kind is.

Mocht u over dit onderwerp vragen hebben dan kunt u mailen naar info@holstegeadvocatuur.nl of neem telefonisch contact met ons op: 070 212 4391

Bron: ECLI:NL:RBDHA:2014:6336

 

Onderhandse afspraak nietig omdat sprake was van een huwelijkse voorwaarde

By | Advocatuur Nieuws

In het kader van hun echtscheiding twisten M en V bij de rechtbank onder meer over het finaal verrekenbeding dat zij in 1997 hadden opgenomen in hun huwelijkse voorwaarden.

In 2009 hebben M en V een onderhandse overeenkomst gesloten waarin is vastgelegd dat bij een eventuele echtscheiding de woning van V buiten de finale verrekening wordt gehouden. Volgens de rechtbank behelst deze afspraak een wijziging van de huwelijkse voorwaarden die op straffe van nietigheid bij notariële akte moet worden aangegaan (artikel 1:115 BW). Dit zou anders kunnen zijn als de overeenkomst is gemaakt met het oog op een ophanden zijnde echtscheiding, maar V heeft dit niet aannemelijk gemaakt. Het ondertekenen van de onderhandse overeenkomst is volgens de rechtbank onvoldoende om te concluderen dat verrekening van de woning naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Artikel 1:115 BW strekt immers ter bescherming van partijen bij de huwelijkse voorwaarden. Door de inhoud van de overeenkomst toch mee te nemen, zou de rechtbank voorbijgaan aan het oogmerk van de vereiste tussenkomst van de notaris, te weten wijziging van huwelijkse voorwaarden door onkunde en feitelijk overwicht te voorkomen. De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat de overeenkomst uit 2009 niet moet worden meegenomen.

Tijdens het huwelijk heeft V door een ongeluk letsel opgelopen. In verband hiermee is na de peildatum voor de verrekening aan haar een schadevergoeding uitgekeerd. Omdat sprake is van een verrekeningbeding alsof partijen waren gehuwd in gemeenschap van goederen, is de rechtbank van oordeel dat het leerstuk van verknochtheid van schadevergoeding geldt. Dat de schadevergoeding pas ná de peildatum is uitgekeerd, acht de rechtbank niet van belang, omdat het ongeluk – en de daaruit voortvloeiende vordering tot schadevergoeding – vóór de peildatum heeft plaatsgevonden. De rechtbank is van oordeel dat voor zover de schadevergoeding ziet op immateriële schade deze aan V is verknocht omdat deze geldt als compensatie voor de schade die het slachtoffer zelf heeft geleden. Voor wat betreft het deel van de vergoeding dat ziet op materiële schade oordeelt de rechtbank dat voor zover de uitkering ziet op verlies van verdienvermogen (€ 15.000) deze moet worden verdeeld over het normale werkzame leven van V. Zij was ten tijde van het ongeluk 46 jaar en toen dus nog 19 jaar verwijderd van haar 65e jaar. Omdat tussen het ongeluk en de peildatum 4 jaar ligt, komt € 3.158 (€ 15.000 x 4/19) voor verrekening in aanmerking. Voor zover de uitkering ziet op huishoudelijke hulp en verlies van zelfredzaamheid (€ 45.000) gaat de rechtbank ervan uit dat V nog 30 jaar na het ongeluk lichamelijke beperkingen daarvan zal ondervinden met als gevolg dat hiervan € 6.000 (€ 45.000 x 4/30) voor verrekening in aanmerking komt.

Tijdens het huwelijk heeft M geld geërfd. Omdat dit geld is gestort op een gezamenlijke bankrekening, is de rechtbank van oordeel dat V moet bewijzen dat het geld voor privédoeleinden van M is gebruikt. Omdat V dit heeft nagelaten, heeft M een vordering op V.

Rechtbank Amsterdam, 1 oktober 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:6392 (VFAS JurisprudentieFLITS)

Kabinet wil geen verplichte bemiddeling bij ‘vechtscheiding’

By | Advocatuur Nieuws

Het kabinet gaat ouders die met elkaar in de clinch liggen over hun scheiding niet verplichten om naar een bemiddelaar te gaan.

Wel ziet staatssecretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie mogelijkheden om mediation vaker in te zetten om het aantal vechtscheidingen, waarvan kinderen vaak de dupe zijn, terug te dringen.

”Ik sluit drang niet uit, dwang wel”, zei hij woensdag in een overleg met de Tweede Kamer.Daarin reageerde hij op een voorstel van de regeringspartijen VVD en PvdA om mediation verplicht te stellen voor scheidende ouders die naar de rechter willen stappen.Cijfers in Scandinavië wijzen volgens VVD-Kamerlid Brigitte van der Burg uit dat verplichte bemiddeling het aantal vechtscheidingen met vijftig procent kan terugbrengen.

PvdA-Kamerlid Loes Ypma benadrukte dat voorkomen moet worden dat kinderen ‘klem en verloren’ raken tussen hun ouders. Ouders die de kosten niet kunnen dragen moeten aanspraak kunnen maken op rechtsbijstand.

Maar Teeven wil dat niet in de wet vastleggen. Als de ruziënde ouders er onderling niet uitkomen, moet de rechter volgens hem een besluit nemen. Die kan de partijen dan ”op vrijwillige basis” maar ”met een zetje in de rug” doorverwijzen naar een mediator.

Geld opleveren

SP-Kamerlid Nine Kooiman zegt in het debat over vechtscheidingen dat de kosten inderdaad hoog zijn, maar dat het uiteindelijk geld oplevert. “Je voorkomt de gang naar de rechter.” Kinderen die daadwerkelijk bij de rechter terechtkomen moeten volgens de SP begeleid worden door een speciale ‘coach’.Ook de ChristenUnie is positief. “Van de 55 duizend kinderen die te maken hebben met een echtscheiding, zitten er zestienduizend kinderen in een vechtscheiding”, zei ChristenUnie-Kamerlid Joël Voordewind. “Als een vechtscheiding dreigt is de ChristenUnie voor verplichte mediation.”Voordewind wil zelfs een stap verdergaan: ook het ontstaan van relatieproblemen moet aandacht krijgen. Volgens het Kamerlid is voorkomen beter dan genezen. Centra voor Jeugd en Gezin zouden hier op moeten letten en waar nodig therapie bieden.De hulp zou bovendien deel moeten gaan uitmaken van het basisverzekering. Tijdens het debat presenteerde hij zeven aanbevelingen voor het ondersteunen bij en verminderen van relatieproblemen.

Door: Novum/ANP (bron www.nu.nl)

Afwijking van hoofdregel ‘verdeling’ schuld bij helfte (artikel 1:100 BW)

By | Advocatuur Nieuws

M en V zijn in 2004 in gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd. Op 1 juni 2010 eindigt de gemeenschappelijke huishouding, als M de echtelijke woning verlaat. In de periode dat M op zichzelf woont, leent hij € 20.000 van zijn zus.
Het huwelijk van partijen wordt in augustus 2011 door echtscheiding ontbonden. De schuld van € 20.000 van M aan zijn zuster bestaat dan nog.

Tussen partijen is niet in geschil dat de schuld van M aan zijn zuster een gemeenschapsschuld is. De schuld is ontstaan vóór de datum van ontbinding van het huwelijk en valt uit dien hoofde in de gemeenschap. Ingevolge artikel 1:100 BW zijn partijen na ontbinding ieder in beginsel voor de helft draagplichtig voor de gemeenschapsschulden.
Partijen twisten over de vraag of er – in het licht van de redelijkheid en billijkheid die de rechtsbetrekking tussen partijen mede beheerst – redenen zijn om te oordelen dat M deze schuld als een eigen schuld voor zijn rekening dient te nemen, zonder verrekening met V (zoals de rechtbank heeft beslist).

Vast staat dat M de schuld bij zijn zuster zelfstandig en zonder overleg met V is aangegaan in een periode dat hij en V niet meer samenwoonden en geen gemeenschappelijke huishouding meer voerden. Deze omstandigheden impliceren volgens het hof dat alleen M wetenschap van de achtergrond van de schuld heeft.
M heeft zich beroepen op de noodzaak van het aangaan van de schuld, en heeft gesteld dat hij de schuld is aangegaan om zijn huishouding te kunnen bekostigen, zijn (huur)woning in te richten en advocaatkosten en andere schulden van de gemeenschap te betalen.
V heeft deze stellingen gemotiveerd betwist door onder meer te verwijzen naar de wijze waarop de rechter reeds bij beschikking van 10 mei 2010 bij de berekening van de door M aan haar te betalen partneralimentatie rekening heeft gehouden met de kosten van de huishouding van M en zijn (aanstaande) dubbele woonlasten.
Het had, aldus het hof, gelet op de gemotiveerde betwisting door V, op de weg van M gelegen om zich concreet en duidelijk over het ontstaan en de achtergrond van de schuld (nader) uit te laten, althans zijn stelling dat deze schuld is aangegaan om gemeenschappelijke schulden te betalen anderszins aannemelijk te maken, hetgeen hij heeft nagelaten. Wat betreft de betaalde advocaatkosten, waarvoor M stelt te hebben geleend, is het hof van oordeel dat de maatstaven van redelijkheid en billijkheid met zich brengen dat ieder van de partijen de eigen kosten van rechtsbijstand draagt, en dat ter zake geen verrekening tussen hen plaatsvindt.
Gelet op de hiervoor omschreven feiten en omstandigheden acht het hof een afwijking van de hoofdregel van artikel 1:100 BW gerechtvaardigd. De redelijkheid en billijkheid brengen naar het oordeel van het hof met zich dat V in het kader van de verdeling niet draagplichtig is voor de schuld aan de zuster van M en dat de draagplicht van deze door M aangegane schuld geheel op hem dient te rusten. Dat betekent dat de schuld volledig door M dient te worden afgelost, zonder dat hij de helft van de aflossing kan verhalen op V.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13 maart 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:2472 (VFAS FL!TS)