De woning bij samenlevers zonder samenlevingscontract

Ongeveer de helft van de samenlevende stellen heeft geen formele afspraken gemaakt over de financiële gevolgen van hun samenzijn. Dit kan tot onaangename verrassingen leiden op het moment dat de samenleving wordt beëindigd en er wel gemeenschap bestaat, zoals een gezamenlijke woning.

Wij lichten dat met een voorbeeld hieronder toe:

Jan en Sonja hebben samen in 2016 een woning gekocht voor € 400.000,-. Dit huis is gefinancierd met een gezamenlijke hypotheek van € 200.000,-. Jan heeft € 50.000,- privé geld gebruikt voor de financiering van de woning en Sonja heeft het resterende bedrag van € 150.000,- met privégeld betaald.

Twee jaar later, in 2018, hebben Jan en Sonja een bedrag van € 50.000,- van de en/of rekening gebruikt voor een verbouwing.

In maart 2021 heeft de coronacrisis zijn tol geëist en besluiten Jan en Sonja uit elkaar te gaan. Zij zijn het erover eens dat de woning verkocht moet worden. De waarde van de woning bedraagt op dat moment € 500.000,-. Op de hypotheek is niet afgelost.

Op welk bedrag maakt Jan respectievelijk Sonja nu aanspraak?

De Hoge Raad heeft in 2006 bepaald dat van de opbrengst van de woning, eerst de privé investeringen voldaan dienen te worden en dat daarna de eventuele resterende overwaarde bij helfte dient te worden verdeeld.

Ons voorbeeld geeft dan de volgende uitkomst:

Jan krijgt na aftrek van de resterende gezamenlijke hypotheek in ieder geval zijn privé investering van € 50.000,- terug en Sonja krijgt in ieder geval haar investering van € 150.000,- terug.

Maar dan resteert de vraag hoe moet worden omgegaan met de verbouwingskosten die zijn voldaan van de en/of rekening. De benaming van deze rekeningen als ‘en/of’ maakt het nog geen gemeenschappelijk rekening. Er dient derhalve gekeken te worden van wie de inleg op de rekening afkomstig is, waarvan de verbouwingskosten zijn voldaan. Dus, stel dat alleen Jan de en/of rekening heeft gevoed, dan maakt alleen Jan aanspraak op vergoeding van de investering in de vorm van verbouwingskosten.

Dit kan anders zijn als Jan en Sonja de (stilzwijgende) afspraak hebben gemaakt dat het saldo van de en/of rekening gemeenschappelijk is. Dit zal dan met feiten en omstandigheden moeten worden aangetoond.

Voor het rekenvoorbeeld gaan we ervan uit dat een dergelijke afspraak niet is gemaakt, althans niet komt vast te staan, zodat Jan recht heeft op vergoeding van het volledige bedrag aan verbouwingskosten ad € 50.000,-.

Met inachtneming van een resterende overwaarde van € 50.000,-, die bij helfte verdeeld dient te worden, maakt Jan bij de verkoop van de woning aanspraak op € 125.000,- en Sonja op het bedrag van € 175.000,-.